vrijdag, augustus 19, 2022

Stadskwekerij in de Pers

In vuur en vlam

Oude rozenrassen herleven “Oude rozenrassen herleven in Zaltbommel”  (Reformatorisch Dagblad, 3 maart 2007 Tekst: Marianne Witvliet Foto´s: RD)

Gerrit Vervoorn van Stadskwekerij Zaltbommel is specialist in oude, geurige rozenrassen. „Rozen zijn niet alleen prachtig, ze ruiken verrukkelijk en laten zich gemakkelijk vormen.” Een cursus in enten en snoeien.

De Stadskwekerij kijkt uit op het Maarten van Rossummuseum en de kantige kerktoren van Zaltbommel. Verweerde stadswallen begrenzen de kwekerij, in oude tijden een weeshuishof. Vervoorn is er dertig jaar hovenier, maar de grond waarop hij werkt, is eeuwenoud. „Vroeger liepen de landerijen buiten de stad onder water en werden de groenten in de hof bij het huis verbouwd. Dit is er een van.” Geen groenten meer, maar rozen in de Stadskwekerij, al staan er ook pakweg zestig verschillende bomensoorten. Artikel: In vuur en vlam voor oude rozen.

Vervoorns passie voor rozen dateert uit zijn jonge jaren. „Rozen komen oorspronkelijk uit warme landen als Turkije, Ethiopië of Oezbekistan. Op grafstenen uit meer dan duizend jaar voor Christus zijn reeds afbeeldingen van rozen gevonden. Dat de roos het hier altijd goed heeft gedaan, komt omdat Nederlanders niet alleen experts zijn in handelen, maar ook in kweken. De tulp komt van oorsprong ook uit Turkije.”

Het begon als liefhebberij en ineens is het een vak. „Ik kweek uitsluitend oude rozensoorten, met geurige bloemen.” Zo’n 200 verschillende soorten verkoopt de kweker. Ze dragen namen die variëren van componisten als Benjamin Britten tot schilders als Da Vinci. De laatste soort is na het verschijnen van de roman ”De Da Vinci Code” razend populair.

Giraf

Rozen mogen dan geuren, ze zijn duur, gevoelig voor ziekten en hebben ook nog eens doornen, is het gangbare beeld. „Als je bedenkt dat het vier jaar duurt voordat een geënte roos een verkoopbare plant is, valt de prijs van een euro of vijf per plant wel mee. Zeker in vergelijking met een bos rozen. Wie een roos goed snoeit, heeft de hele zomer bloemen.” Met de ziekten loopt het niet zo’n vaart. „Vroeger waren rozen lastige planten, gevoelig voor roest, meeldauw en schimmels, maar tegenwoordig bestaan er veel rassen die hiervoor resistent zijn. En ja, aan die doornen ontkom je niet. Je kunt het zien als de natuurlijke bescherming voor de bloem. Waarschijnlijk zouden sommige dieren anders de knoppen eten. Zo is bekend dat de giraf nooit van acaciablaadjes snoept vanwege de stekels.”

Het enten van de roos is na een korte cursus te leren, maar vereist wel een chirurgische precisie. „Op enkele voor verwildering geschikte soorten na, zijn alle rozen geënt op een stam. De Rosa canina of de wilde hondsroos vormt de basis.” In het stammetje van de hondsroos snijdt Vervoorn met een scherp mesje ter illustratie een T-splitsinkje. Vervolgens plukt hij een oogje –de oculatie, in vakjargon– van een rozenstengel. „Daaraan moet tegelijk een klein stukje stengel zitten, het levende weefsel.” Vervoorn duwt het oogje in de snede. Daaromheen plakt hij vakkundig een pleistertje, het is net EHBO. „De pleister is van een soort gummi, die hard wordt en oplost. Het eerste scheutje groeit dwars door de pleister heen.”

Slapen

Dat is het proces in het eerste jaar. In het tweede jaar groeien de uitlopers op de entstok, maar worden ze nog drastisch gesnoeid, net als in het jaar erop. Pas in het vierde jaar gaan de ogen op de rozenstengel na het snoeien uitlopen en heb je een plantje. „Ten slotte vergroeit de entstok uiteindelijk zo met de roos dat het lijkt alsof het één plant is.” Zoals een chirurg op dia’s het resultaat van een oude operatie laat zien, haalt de hovenier een roos van een paar jaar oud tevoorschijn, en vervolgens een meer dan tachtig jaar oude entstok.

Het snoeien lijkt op zich eenvoudig. Het oog direct onder de snoeisnede zal gaan uitlopen. „Je ziet op een rozenstengel ogen in alle windrichtingen. Er zijn ogen die al kleine knopjes vormen of nog ’slapen’. Ook slapende ogen vormen scheuten als je de stengel erboven afknipt. Je kunt een struik dus alle kanten op laten groeien. Het wordt moeilijker naarmate de rozenstruik groter is.”

Op de uitgelopen stengel bloeit de roos. Na de bloei is het zaak om de stengel met de uitgebloeide bloem tot twee derde terug te knippen, dan loopt hij weer uit en vormt hij een nieuwe roos. Dat kan drie tot vier keer per jaar. Zo levert een struik bij deskundige snoei een enorm boeket rozen per seizoen. „Als je bedenkt dat een roos soms tachtig tot honderd jaar oud wordt, is het zeer de moeite waard er alle zorg aan te besteden.”

Alles over rozen

Over rozen valt veel te vertellen. Hoe en wanneer u ze het best kunt planten, behandelen, bemesten, snoeien etc. Geregeld geven wij op Stadskwekerij Zaltbommel demonstraties en workshops! 

ga naar evenementen

Veelgestelde vragen

Heeft u een vraag? Het antwoord vindt u op deze pagina.

Ga naar de veelgestelde vragen